HOME     podium  
 

 Vicky Vinex, column 4
naam


Lieve lezers,

"Hoe is dat nou, wonen in een slaapstad?" hoor ik ineens naast me. Ik kijk in het norse gezicht van een mij totaal onbekende vrouw. Tja, ik heb momenten dat ik me werkelijk afvraag of ik wel zo blij ben met mijn nieuwe status van Bekende El Ar-der. Natuurlijk geniet ik er van dat ik handtekeningen kan uitdelen als ik een bosje bloemen in het stalletje bij mij om de hoek koop. Of als de kinderen in mijn straat verlegen vragen of ik werkelijk een filmster ben. Sure honey! Maar als ik in het cynische gezicht kijk van de vrouw die naast mij staat met een shaggie tussen haar verkleurde vingertoppen, zou ik het liefst in de anonimiteit weg willen zinken. Een onbehaaglijk gevoel maakt zich van mij meester. Er is een vreemde die mijn leven binnendringt. She 's an alien en ik vind haar eng. Dus ik dien haar stoer van repliek dat ik mijn leven wel ergens anders 'bruis en vitaliseer' en dat ik, INDERDAAD JA, in El Ar neerstrijk om tot rust te komen. Dus slaapstad of niet, ik heb DAAR DUS WEL VOLSTREKTE RUST EN PRIVACY! Op mijn eigen domein van 250m2.

Maar toch. Die minachting waarmee zij de woorden 'slaapstad' uitsprak blijven onaangenaam in mijn onderbewuste rondspoken. Slaapstad! Alsof ik een somnambule ben . Een mens in een permanente staat van afwezigheid. En the real life speelt zich ergens anders af. Ergens buiten de grenzen van mijn waarneming. En hoe triviaal ik deze gedachte ook vind - ik haat die vrouw inmiddels met haar beroete rokersstem - ik bekijk El Ar toch met andere ogen als ik de toegangsweg tot mijn wijk indraai. Waarom is hier helemaal geen graffiti? Waarom zijn de bushokjes zo onnatuurlijk heel? Waar zijn de hangjongeren die broeien van criminele dromen? De ongegeneerde scheldpartijen over verkeersconflicten en waarom hoef ik me nooit op te winden over driedubbel geparkeerde auto's.

Ik zou wel weer eens midden in de nacht opgeschrikt willen worden door gillende sirenes in de straat en het oranje geflikker van zwaailichten door de gesloten gordijnen. Ik verlang naar het hartgrondige vloeken omdat de zijruit van mijn wagen weer eens is ingetikt. Die kutjunken, die tyfusjongeren, die asociale proleten die het bloed onder je nagels vandaan weten te halen. Ik mis jullie!

Ondertussen rijd ik strak van de adrenaline mijn Beetle net iets te krap tussen de balken van mijn carport. Shit! Shit! Shit! Een diepe kerf loopt over mijn linkerdeur heen. Kloteslaapstad, roep ik terwijl ik met mijn pump tegen de bumper trap. Ik zie mijn buurvrouw schichtig wegduiken in de capuchon van haar beige, nylon jack. Betsy Buitenwijk, denk ik, terwijl ik mistroostig kijk naar de keurige achtertuintjes. Zelfs de emoties blijven hier binnen de perken.<br>
Als ik mijn sleutel in het slot van de voordeur steek zie ik met grote verfletters op mijn deur staan: Vicky Go Home! Rustig loop ik de gang door, trek een fles wijn uit het rek, open de kurk en neem een flinke slok.

God zij dank! Ik ben beroemd en ze weten me te vinden. De eerste tekenen van opstand hebben zich op mijn deur gemanifesteerd. Ik ben benieuwd wie die oproerkraaier is. Volgens mij worden wij dikke maatjes.


Liefs van Vicky.