HOME     podium  
 

Vicky Vinex, column 9
naam


Lieve lezers,

Ik kijk naar het breed grijnzende gezicht van Big Boss. "Tja...", aarzel ik. Ik ben nogal stupéfait. "Volkslied?", herhaal ik nog een keer. Misschien heb ik het niet goed verstaan. Maar Big Boss knikt bevestigend. Geen twijfel mogelijk. "Vicky, liefje", lispelt hij terwijl hij griezelig ver over de tafel buigt en met zijn gezicht vlakbij het mijne komt. "Het is een EER om een volkslied te mogen schrijven. En als El Ar celebrity met een vlotte pen leek mij dit een typisch klusje voor jou."

Ik weet dat de beslissing al is gevallen. Ik word de schrijfster van het nieuw te componeren volkslied van El Ar. Ik vang nog iets op van Paper Dôme en een opera in een bus maar in mijn hoofd dringen de eerste regels van het refrein zich al op. "Oh Leidsche Rijn, ja daar moet je zijn..." Gadverdamme! Is ironie eigenlijk toegestaan bij een volkslied? vraag ik, zijn verhaal bruut onderbrekend. Hij kijkt me aan. "Wat denkt u nou zelf, mevrouw Vinex? Een volkslied is een oprechte uiting van verbondenheid met een specifiek stuk grond." Hij geeft me een bemoedigd klopje op de schouder. Geen ironie dus. Ook dat nog! En wanneer moet het af? roep ik hem na. "Volgende week starten de koorrepetities!" hoor ik zijn stem nog in de gang.

Ik houd van El Ar, zeker. Ik heb een lekker huis, jawel. Het gras is er groen en de wolkenpartijen zijn er fenomenaal. Maar ik zou mijn leven niet willen geven voor dit stukje grootstedelijke bebouwing. No way! Ik zal het niet verdedigen tot ik erbij neer val. Sterker nog, ik zal El Ar met liefde om de oren meppen als dat nodig is. Maar ja, dat doe je niet in een Volkslied.

De uren verstrijken en ik zit met een pokkenhumeur achter een leeg computerscherm. Hoe meer ik poog in trotse woorden mijn woonwijk te vangen, hoe giftiger mijn pen. "Hoe saai zijn toch die ellenlange straten, hoe lelijk staan die winkels langs dat plein, de mensen zijn er kleurloos en gelaten, ik sterf van ellende in dat suffe Leidsche Rijn." De cursor rent achteruit over de kwaadaardige teksten tot er niet meer dan een flikkerend streepje overblijft. Ik kan natuurlijk ook gaan verhuizen. Lekker naar Rotterdam. Met die fijne brede Maas. Of nog beter: Rome!

Ik klap mijn laptop dicht en toets op mijn mobiel het nummer van Vinnie in. My Latin Lover. Natuurlijk wil hij langs komen. Hij springt op zijn Vespa en komt linea recta richting mio casa. Ik ban het volkslied uit mijn gedachten en laat het zachte satijn van mijn La Perla lingerie door mijn vingers glijden.

Als ik wakker word kijk ik naar de donkere wimpers van zijn gesloten ogen. Lucky me! Een streep zonlicht valt op zijn Romeinse gezicht en ik hoor twee duiven elkaar het hof maken in mijn achtertuin. Op mijn tenen loop ik naar het half geopende raam en kijk naar buiten. De wijk ligt nog gehuld in de brume matinale. Het water kabbelt in een zilveren stroom langs mijn huis.

Ik open mijn computer en laat mijn vingers over de toetsen dansen. Ik hoor de woorden mijn kamer vullen. Als dit geen hit wordt!


Liefs van Vicky.


Een Ode aan Leidsche Rijn (volkslied)

Eens woonden de Romeinen hier
Bouwden een stad aan de rivier
Hun rijk was groots, hun dorp was klein
Daar aan de Leidsche Rijn

Er werd gewerkt en geroofd
Er werd bemind en trouw beloofd
Men sprak er Hollands en Latijn
Daar aan de Leidsche Rijn

(refrein)
Oh Leidsche Rijn
Ja, daar moet je toch zijn
Daar is nog tijd en ruimte om te dromen
Oh Leidsche Rijn
Oh, wat is het toch fijn
Om na een dag weer bij je terug te komen.

Er werden kinderen gebaard
De mannen reden op hun paard
Ze aten brood en dronken wijn
Daar aan de Leidsche Rijn

De grond was vruchtbaar, nat en groen
De lucht verkleurde per seizoen
Of je Bataaf was of Romein
Je dronk de Leidsche Rijn

(Refrein)

De eeuwen zijn er gepasseerd
Het dorp is verwoest en het land verweerd
Maar wat er altijd weer zal zijn
Ja, dat is de Leidsche Rijn

Een nieuwe stad is er gebouwd
Er wordt weer geboren en ook getrouwd
Weer kinderstemmen op het plein
Daar langs de Leidsche Rijn

(Refrein)

Een plek zo krachtig en vitaal
Geeft levenslust aan allemaal
De vesting die hier ooit eens was
Verrrijst weer uit de as

De huizen zijn er nu van steen
Er leiden vele wegen heen
Het is een feest om daar te zijn
In ons Leidsche Rijn


September 2005

Copyright Vicky Vinex